loader image

Boortechnieken

We voeren zowel handboringen als mechanische boordiensten uit. Als specialist in grondboringen en monstername kunnen we alle gebruikelijke boortechnieken uitvoeren. We hebben ervaring met het boren in vrijwel alle geologische formaties. Aan de hand van het vraagstuk, de bodemsamenstelling en de omgeving bepalen we welke techniek we inzetten.

SONISCH BOREN

Bij deze geavanceerde vorm van boren wordt hoogfrequente resonantie-energie opgewekt in de Sonic boorkop door twee ronddraaiende gewichten en overgedragen langs de boorbuis naar het boorbit. Bij roto-sonisch boren roteert de boorbuis gelijktijdig, zodat de resonantie-energie gelijk verdeelt over het boorbit en het te doorboren materiaal. Hierdoor kunnen we vrijwel alle formaties (van klei, grind en zand tot gesteente) doorboren met een maximale productiviteit.

Met sonisch boren nemen we monsters van hoge kwaliteit en met een gemengde geologie. Een bijkomend voordeel is dat er weinig overtollig boormateriaal vrijkomt. De techniek zetten we voor zowel milieukundig als geotechnisch onderzoek in. Net als bij andere druk- en slagboringen, gebruiken we sonic boren ook voor het plaatsen van peilbuizen.

PULSBORING

Een puls is een buis met aan de onderkant een snijrand en vlak daarboven een horizontaal liggende klep. Doordat de buis op en neer te beweegt, verzamelt het losse materiaal zich in de puls. Het klepmechanisme zorgt ervoor dat het opgeboorde materiaal tijdens het omhooghalen van de puls niet in het boorgat terugvalt. Doordat de op diepte gebracht verbuizing zeer gecontroleerd wordt getrokken, kunnen we peilbuizen en afdichtingen zeer nauwkeurig aanbrengen. Omdat deze boortechniek alleen onder de grondwaterspiegel werkt, boren we voor met een agaveboor.

Wij kunnen pulsboringen tot ruim 50 meter diep uitvoeren met een maximale diameter van 324 mm. Bij onze zorgvuldig uitgevoerde pulsboringen zijn de grondmonsters, ofschoon sterk geroerd, toch bruikbaar voor profielbeschrijving. Bij zeer heterogene gronden is de profielbeschrijving minder betrouwbaar dan in meer homogene gronden. De sterk geroerde monsters uit de puls zijn doorgaans niet geschikt voor monstername. Wel kunnen we met behulp van een steekapparaat, na verwijdering van de puls, op de gewenste diepte een ongeroerd monster te nemen.

DRUK- EN SLAGBORING

Bij dit type boring wordt een (half)cilindrische boor met een snijrand in de grond gedrukt of geslagen. Met behulp van een binnenbuis en een plastic linder nemen we op elke diepte, en desgewenst continu, ongeroerde monsters. Doordat we dit zonder werkwater doen, is er geen sprake van verspoeling of verdunning en zijn de monsters zeer representatief voor de bodemlaag.

Drukboringen en slagboringen voeren we zowel handmatig (bijvoorbeeld met een ramgutsapparaat) als machinaal uit. De maximaal bereikbare diepte varieert van 10 meter bij handmatige boringen tot meer dan 30 meter bij mechanische uitvoering. De diameters van de boor variëren van 32 mm tot 86 mm.

De druk- en slagboortechnieken gebruiken we onder andere voor het plaatsen van peilbuizen. Deze kunnen we direct in de grond drukken of met behulp van boorbuizen plaatsen. In het laatste geval sluiten we de boorbuis aan de onderzijde af met een verbuizing waarmee het filter op de juiste diepte wordt aangebracht. Het voordeel van deze techniek is dat we de bodem minimaal verstoren en dat er geen overtollig bodemmateriaal vrijkomt.

KERNBORING

Bij het kernboren wordt een draaiende buitenkernbuis met boorkroon (boorcasing) samen met een stilstaande binnenbuis (corebarrel) op diepte geboord. Dit gebeurt onder toevoeging van water, dikspoeling of lucht om de boorkroon te koelen en het boorgruis af te voeren. Het boren gebeurt in gelijke stappen van 1,5 meter (of een veelvoud ervan). Na elke zogenoemde run wordt de binnenkernbuis uit de boorcasing getrokken en geleegd en opgeslagen in speciale kisten. Wij passen kernboringen voornamelijk toe om bij diepere boringen de bodemlagen te passeren die te hard zijn voor andere technieken (zoals pulsen).

AVEGAARBORING

Wij  voeren avegaarboringen uit tot een diameter van 320 mm, waarbij we de grote diameters gebruiken bij de bemonstering van gronden met veel grof materiaal. Afhankelijk van de boorstelling, de grondslag en de gebruikte boordiameter bereiken we dieptes van meer dan 50 meter. Er zijn drie typen avegaarboringen met elk een verschillende toepassing:

Volle avegaarbooring

De volle avegaarboor bestaat uit een spiraal die wordt rondgedraaid door een boormotor. Door de draaiende beweging schroeft de boor zichzelf in de grond. We breiden de boor telkens uit met een verlengstuk uit, totdat we de gewenste boordiepte bereiken. Vervolgens trekken we de grond met de boor omhoog. Bij onze goed uitgevoerde volle avegaarboring wordt de bodem nauwelijks geroerd. Deze techniek is daardoor geschikt voor het nemen van bodemmonsters ten behoeve van milieukundig en archeologisch bodemonderzoek en het maken van profielbeschrijvingen.

Holle avegaarbooring

De holle avegaarboor is een spiraalboor met een holle binnenbuis, die onderaan is afgesloten met een vergrendelbaar punt dat met een kabel wordt opgehaald. Op de bereikte diepte nemen we een monster met behulp van een ramguts of steekbus. Optioneel brengen we door de holle avegaar een peilbuis aan. Doordat de holle avegaar feitelijk werkt als een schroef van Archimedes en tijdens de boring veel bodemmateriaal omhoog brengt, is deze methode niet geschikt voor het maken van profielbeschrijvingen.

Verbuisde avegaarbooring

Tenslotte kunnen we verbuisde avegaarboringen uitvoeren, waarbij de volle avegaar door een verbuizing heen boort. De verbuizing brengen we simultaan met de avegaar op diepte. Deze techniek passen we toe wanneer door een verontreinigde bodemlaag heen moet worden geboord en als pulsboren niet mogelijk is, zoals boven de grondwaterspiegel en in kleiige bodems.